Er zijn wereldwijd al veel mooie en direct toepasbare voorbeelden van bewegend leren. In ‘Bewegend Leren Recepten’ zetten we deze voorbeelden en de bedenkers ervan in het zonnetje. Ze dienen ter inspiratie om toe te passen in jouw werk. In deze tweede editie: de Taal- en Rekendans van Studio Swing.

In het kort
Dansen is leuk! Mooi meegenomen dat dans al aan zo veel ontwikkelingsgebieden werkt; de sociaal-emotionele ontwikkeling, de ontwikkeling van motoriek, cognitie, creativiteit, denken, samenwerken, communicatie en zelfregulering.

Tijdens de ballonnendans gaan de kinderen eerst zelf ontdekken wat een ballon (het concept) allemaal kan, ze bekijken en bespreken elkaars creaties. De begeleider (pedagogisch medewerker of kleuterleerkracht) kan kiezen om verder te improviseren of de dansbewegingen aan elkaar te plakken tot een dans. Zo zijn kinderen emotioneel, fysiek en mentaal betrokken bij het leerproces en is het brein actief.

Doelgroep
Kinderen 2½-7 jaar

Ingrediënten
De ingrediënten voor de balonnendans zijn als volgt:

  • Leuke muziek!
  • Ballonnen in zo veel mogelijk kleuren
  • 30-45 minuten per dansmoment; werk twee tot drie momenten per week aan dit dansmoment. Je zult zien dat de kinderen zelf met creatieve ideeën komen en dat jij er als begeleider er als vanzelf in groeit.)
  • Papier en pen voor de begeleider
  • Een stopteken; bijvoorbeeld als de muziek uit gaat kijkt iedereen naar mij.
  • Ogen om de kinderen eens op een andere manier te kunnen bekijken.
  • Een speellokaal, een zonnig veld of plein.

Uitleg concept
Jonge kinderen zijn van nature beweeglijk en gericht op het ontdekken van de wereld. Dit is belangrijk voor hun ontwikkeling. Onderzoek wijst uit dat peuters en kleuters 5-8 uur beweging per dag nodig hebben. (balanced and barefoot) Aan hoeveel uur kom jij?

Als kinderen tussen 0-7 onvoldoende bewegen, (zoals nu bij 25% van de kinderen het geval is) dan heeft dit een negatieve invloed op de ontwikkeling. Met Taal- en Rekendans in het curriculum van (voor)scholen en kinderopvanginstellingen laten we alle peuters en kleuters in Nederland voldoende dansen, bewegen en spelen met concepten, zodat ze zich goed kunnen ontwikkelen en gezond zijn. Daarmee inspireren we leerkrachten en pedagogisch medewerkers om zelf ook meer met de kinderen te gaan bewegen.

De taal-leermethode waardoor ik me heb laten inspireren heet TPR: Total Physical Response. Het wordt al ruim 40 jaar succesvol ingezet om mensen en kinderen een vreemde taal te leren. Door een beweging aan een begrip te koppelen, wordt het veel sneller onthouden.

Methoden
De methoden om aan de slag te gaan met dansende kinderen die van alles ontdekken aan de hand van een ballon werken zo:

  1. Exploreren: kinderen zelf het concept van de ballon laten onderzoeken. Hoe werkt dit? Hoe voelt, klinkt, smaakt, ruikt, ziet de ballon eruit?
  2. Improviseren: hoe kunnen kinderen hun ballon laten dansen? Wat kan de ballon allemaal? Met verschillende soorten muziek danst de ballon ook echt anders.
  3. Reflecteren live: Kinderen kijken in twee groepen beurtelings naar elkaar en vertellen wat ze bij de anderen hebben gezien.
  4. Organiseren: de begeleider heeft een aantal dansbewegingen opgeschreven die gedanst zijn en vraagt de kinderen die ze deden om ze te laten zien. Zo kunnen de bewegingen verdiept worden in de volgende improvisatie. Of de bewegingen kunnen aan elkaar geplakt worden tot een dans die de kinderen echt zelf bedacht hebben.
  5. Reproduceren: weten jullie de dans van de vorige keer nog? Begeleider haalt de voorbeeldkinderen naar voren en haalt samen de dans weer naar boven. Kinderen herhalen en er kunnen nieuwe dansbewegingen worden toegevoegd.
  6. Reflecteren digitaal: het is leuk om dansende kinderen te filmen. In alle fases! Niet alleen tijdens het moment dat ze een ingestudeerde dans laten zien. Zo kunnen kinderen zichzelf en de andere kinderen terug zien op het digibord en kunnen ze op hun eigen gedrag, bewegingen, improvisaties, dans en inventiviteit reflecteren.
  7. Activeren: door te dansen op muziek en te benoemen wat de kinderen precies doen met de ballon, zul je merken dat er op een actieve manier veel SLO doelen passeren, zoals: ruimtelijk begrip, beweging, auditieve waarneming (luisteren naar muziek) en nog veel meer.
  8. Variëren: Probeer het ook eens met een ander materiaal en andere muziek. Bijvoorbeeld herfstbladeren, watjes, appels, vaatdoekjes, vlaggen, linten, pietenbaretten, kerststerren of… leuk als je het in de inspiratiegroep wilt delen met collega’s!

De opdracht
Aan de slag! We beginnen met het maken van drie afspraken:

  1. Als de muziek stopt kijken alle kinderen naar de begeleider; dan geef je nieuwe input.
  2. De begeleider geeft telkens duidelijk aan of kinderen alleen dansen, in tweetallen of dat ze in twee groepen opsplitsen om naar elkaar te kijken.
  3. Alles mag, niets is gek, we moedigen elkaar aan.
  4. Na het maken van bovenstaande afspraken, kies je één van de acht methodes hierboven en ga lekker uitproberen.
  5. Als je gewend bent om met bewegende kinderen te werken, dan kun je ook alle methodes achter elkaar plakken en in een lessenserie verwerken.
  6. Als de kinderen hun dans lekker onder de knie hebben, dan kun je ze het goede woord tijdens de beweging er tijdens het dansen ook erbij laten zeggen.
  7. De filmpjes zijn ook een leuke ingang voor een oudergesprek of ouderavond.
  8. Meer ideeën zijn welkom!

Reacties
Jan van der Zwan (jonge kind specialist)
“De eye-opener kwam toen we na deze dans gingen kijken naar alle doelen die erin verweven zitten. Dat je met één dans al aan zo veel dingen kunt werken, bevestigd voor mij dat dans en beweging echt in het onderwijs thuis horen.”

Sonja Lieshout (locatiemanager Triodus)
“Alle kinderen verdienen dit. Dit is ‘kind-eigen’ leren door te bewegen en te ontdekken.”

Danielle Kamerbeek (Pedagogisch medewerker)
“In het begin zag ik er tegen op om met de peuters te gaan dansen en bewegen. Zo’n gedoe. Maar na een paar keer proberen vond ik het zó leuk dat ik het nu gewoon elke ochtend doe.”

Maaike Trousset (Orthopedagoog, MRT’er en beweegdocent)
“Door beweging, muziek, taal en rekenen te combineren zijn er veel meer gebieden in de hersenen tegelijk actief.”

Over de chef Lenneke Gentle
Lenneke Gentle (Studio Swing) werkt al ruim 20 jaar met kinderen, hun begeleiders, ouders en directie; zowel in het primair onderwijs als op het kinderdagverblijf en op peuterspeelzalen en voorscholen. Tijdens haar werk als tutor op Basisschool Prinsehaghe legde zij de link tussen de begripsvorming en dans. “Van mijn directeur kreeg ik toestemming om uit te gaan proberen om dansend de woordenschat en de wiskundige begrippen ‘aan te leren’ bij onze peuters en kleuters. Doordat zij de concepten met hun lijf, met materialen en muziek op een speelse manier konden ervaren was de betrokkenheid heel groot en maakten de kinderen zich de begrippen snel eigen. ‘Aanleren’ past volgens mij niet bij jonge kinderen, zij leren zelf, door concepten met hun lijf te ervaren. Daarom ontwikkelde ik Taaldans en Rekendans.”

Jan-Paul de Beer

Chief Springlab