Er zijn wereldwijd al veel mooie en direct toepasbare voorbeelden van bewegend leren. In ‘Bewegend Leren Recepten’ zetten we deze voorbeelden en de bedenkers ervan in het zonnetje. Ze dienen ter inspiratie om toe te passen in jouw werk. In deze derde editie: interACTIEF voorlezen van Margreet Boon.

In het kort

Bij interactief voorlezen wordt het voorlezen van een boek onderbroken door het kijken naar en praten over afbeeldingen en gebeurtenissen in een boek. Er is ruimte voor reacties van kinderen. Kinderen zijn meer betrokken bij het boek en komen innerlijk in beweging. Op deze wijze voorlezen en praten over boeken stimuleert taalontwikkeling, verhaalbegrip en uitbreiding van de woordenschat.

InterACTIEF voorlezen gaat nog een stap verder. Met spel, muziek en dans worden kinderen letterlijk in beweging gebracht. Niet alleen de beleving en de leerervaring wordt geïntensiveerd, ook beweegdoelen worden zo gehaald.

Margreet Boon in actie

Doelgroep

Iedereen die houdt van een verhaal!
Het beschreven recept is voor kinderen van 2 – 7 jaar, het concept is toepasbaar op alle leeftijden.

Ingrediënten

De ingrediënten voor interACTIEF voorlezen zijn als volgt:

  • ‘Ssst! De tijger slaapt van Britta Teckentrup’; prentenboek van het jaar 2018.
  • Een groene ballon.
  • Verschillende muziekstukken; snelle muziek om op te springen, rustige muziek om op te aaien en wiegen en (mars)muziek om op te stappen.
  • Voldoende plek om te bewegen.
  • Ruimte voor de fantasie.

Uitleg concept

Beweging is een essentieel onderdeel van het leven, voor iedereen. Naast het fysieke aspect geldt dat datgene wat aan den lijve ervaren wordt, effectiever geleerd wordt dan wanneer het leren op een andere manier gebeurt.

Kinderen ontwikkelen zich bewegend, op alle gebieden. Hoe breder en gevarieerder het ervaringsaanbod of de ervaringsmogelijkheden, hoe breder en gevarieerder een kind de kans krijgt om zich te ontwikkelen. Door een kind bewegingskansen te bieden, bied je dus in feite ontwikkelingskansen.

Aan beweging wordt ook beleefd. Naast de zintuiglijke beleving maakt beweging emoties los en zet denkprocessen in gang. Beleving en beweging gaan hand in hand. Beweging leidt tot beleving en beleving beweegt, letterlijk en figuurlijk.

Bij interACTIEF voorlezen wordt beleving als bewegingsmotivatie gebruikt. Het boek geeft aanknopingspunten om tot bewegen te komen. Soms zit beweging al min of meer in het verhaal of onderwerp besloten, soms wordt meer associatief denken gevraagd. Zo zet het concept niet alleen de ontvanger maar ook de aanbieder in beweging!

Voorbereiding

De voorbereidingen om een verhaal om te zetten in beweging zijn als volgt:

  • Lees en bekijk een boek aandachtig en noteer alle ideeën die het oproept. Bedenk dat de activiteit al kan beginnen voordat een boek geopend wordt of het verhaal begint en verder kan gaan nadat het verhaal afgelopen is.
  • De activiteiten kunnen passen bij het boek zonder direct onderdeel van het verhaal te zijn. Geef ook ruimte aan die ideeën.
  • Overweeg de bruikbaarheid van de ideeën. Neem daarbij niet alleen de doelgroep maar ook de beschikbare ruimte mee in de overwegingen.
  • Kies eventuele materialen.
  • Denk na over de organisatie. Deze is ook weer afhankelijk van de doelgroep, het aantal deelnemers, de beschikbare ruimte. De vrije ruimte van een speellokaal geeft andere mogelijkheden dan een kring van stoelen in een klaslokaal.
  • Zoek geschikte muziek. Bedenk daarbij dat muziek structurerend kan werken (door muzikale en ritmische motieven) of structurerend gebruikt kan worden (door aan/uit/harder/zachter zetten). Muziek werkt kanaliserend door de impuls die het geeft (opzwepende muziek versus rustgevende muziek) en muziek geeft sfeer (denk aan het effect van filmmuziek). Muziek geeft altijd een bewegingsimpuls. Zowel bij kinderen als bij volwassenen doet muziek een beroep op de natuurlijke bewegingsdrang.
  • Luister bij het uitzoeken een muziekstuk altijd helemaal af.
  • Zorg voor afwisseling in activiteiten en intensiteit.
  • Bedenk dat het eigen voorbeeld van de verteller essentieel is: stimuleer niet alleen verbaal maar vooral door mee te doen.
  • Kijk en luister tijdens het uitvoeren heel goed naar wat de deelnemers doen en maak gebruik van hun ideeën en inbreng.

start van het interACTIEVE verhaal

De opdracht

  1. We beginnen met het draaien van vrolijke muziek. Op de muziek stappen op de plaats, meeklappen en swingen.
  2. Als iedereen staat begint het verhaal:

Tijger was moe. Ze zwiepte haar staart heen en weer, zoals alleen tijgers dat kunnen. Of kun jij het ook? Daarna maakte ze haar rug helemaal bol en weer helemaal hol, zoals alleen tijgers dat kunnen. Of kun jij het ook? Daarna rekte ze zich uit, zoals alleen tijgers dat kunnen. O, kijk! Jullie kunnen het ook!

  1. In het boek lezen we dat Tijger diep slaapt. Vijf verschillende dieren willen er langs. Ze hebben haast en een heleboel ballonnen bij zich. Ze weten niet hoe ze langs Tijger moeten komen zonder haar wakker te maken. Welke dieren zijn er? Hoe moet dat nu? Maar een kikker kan toch heel goed springen?! Kunnen jullie ook springen? Hoe ziet dat er uit? Springen op muziek (snelle, stimulerende muziek). De muziek zachter draaien en een paar keer een nieuwe stimulans geven: kunnen jullie ook heel snel springen? Heel hoog springen? En kunnen jullie in het rond springen?
  2. Kikker kan dat allemaal. Maar als Kikker over Tijger heen wil springen moet hij ook heel ver kunnen springen. Het boek vertelt dat Kikker een briljant idee heeft. Hij neemt een ballon en zweeft over Tijger heen naar de andere kant. We moeten wel zorgen dat Tijger blijft slapen. Dat doen we door haar over haar neus te aaien.
  3. Aai maar over je neus. Dat voelt lekker. En aai eens over je wangen. Inzetten van het liedje ‘Dit zijn mijn wangetjes’.

Dit zijn mijn wangetjes en dit is mijn kin.
Dit is mijn mondje met tandjes er in.
Dit zijn mijn oren, mijn ogen, mijn haar.
Nu nog mijn neusje en dan ben ik klaar.
Zing en aai maar mee. Bij een ander aaien kan ook.

  1. Dan is het de beurt aan Vos. Het boek vertelt dat Vos de groene ballon neemt en begint te zweven. De groene ballon wordt in de lucht gegooid. Maar kijk eens wat er gebeurt: de ballon zakt naar de grond. Vos is te zwaar. We moeten de ballon in de lucht houden. Blazen! We houden met elkaar de ballon in de lucht door er tegen te blazen en de ballon zachte tikjes te geven. Lukt het om met elkaar de ballon van de ene kant naar de andere kant te krijgen?
  2. Als volgende is Schildpad aan de beurt. In het boek is te zien dat Schildpad een beetje angstig is omdat één oog van de tijger open gaat. We moeten Tijger over haar buik aaien. Aai eens over je buik. Zo wordt je buik helemaal warm en zacht. Aai ook maar eens over je benen. En over een arm. Je andere arm. Kun je over je eigen rug aaien? Kun je bij iemand anders over de rug aaien? Rustige muziek geeft een rustige sfeer en bakent de opdracht af.
  3. Het is gelukt, Tijger slaapt rustig door. Maar dan zien we in het boek dat het mis gaat met Muis: Muis vindt het zo eng dat ze de ballon te vroeg los laat en precies op de kop van Tijger valt. Wat moeten we doen? Snel een slaapliedje inzetten. Met een instrument of muziek op een Cd. Ken je het liedje? Zing dan maar mee.
  4. We gaan bijna vanzelf meewiegen. Wieg maar mee met de muziek. Alleen wiegen of tegen elkaar aan. Bijvoorbeeld ruggen tegen elkaar of op schoot. Zittend of staand. Misschien zelfs verplaatsend door de ruimte. Kies hiervoor muziek die uitnodigt om op te wiegen, in een 3/4 of 6/8e maatsoort (bv. een klassieke wals).
  5. Als laatste is Ooievaar aan de beurt. Het boek vertelt dat ze geen ballon nodig heeft omdat ze hele lange poten heeft. Die kan ze natuurlijk heel hoog optillen. Kun jij dat ook?. Op muziek (bv. marsmuziek) tillen we de knieën hoog op en stappen we door de ruimte. Kunnen we ook echt ergens overheen stappen? Misschien is er iets waarmee we dat kunnen proberen. Zoals kussens of de benen van aanwezige volwassenen.
  6. Als de muziek uitgaat pakken we het boek er weer bij. Ooievaar komt met haar snavel te dicht bij een ballon en dan …. pang!

Dat kan harder: PANG! Nog een keer, allemaal tegelijk: PANG!

Nu is Tijger klaarwakker. Is dat erg? Nee hoor, Tijger is jarig en de dieren wilden haar verrassen. Daarom deden ze zo stilletjes. Ze wilden haar verrassen met taart, ballonnen en een lied:

‘Lang zal tijger leven’ inzetten. Goed gedaan! Applaus!

  1. We sluiten af met een vrolijke dans, net zoals we begonnen zijn. Op de muziek stappen op de plaats, meeklappen en swingen.

Hier kan het eindigen maar het feest kan natuurlijk ook verder gaan!

Reacties

Met ‘Ssst! De Tijger slaapt’ ben ik tijdens de Nationale Voorleesdagen 2018 te gast geweest in verschillende bibliotheekvestigingen:

“Het was een groot feest vandaag in de Bibliotheek Leusden. Dank je wel voor de leuke meespeelvoorstelling.”

“Reuze bedankt voor je aandeel in onze Voorleesdagen! Ik heb alleen maar heel positieve reacties gehoord.”

Reacties naar aanleiding van workshops/trainingen bewegen op muziek en interactief voorlezen:

“Sinds ik deze workshops gevolgd heb werk ik alleen nog maar op deze manier. Je kan er zo veel mee.” 

“Ik had nooit gedacht dat ik zo veel zou kunnen. Hoe meer ik er mee bezig ben, hoe meer ideeën ik krijg.”

Over de chef Margreet Boon

Vanaf 1981 is Margreet Boon vele jaren werkzaam geweest als dansdocent, waaronder als opleidingsdocent en in het basisonderwijs.

“Met ruim 29 jaar ervaring als vakleerkracht dans/muziek/drama in het primair onderwijs als bagage geef ik workshops en bijscholingen voor kinderen en iedereen die met kinderen werkt. Hierbij staat het bewegen op muziek centraal, vooral het bewegen vanuit de beleving. Muziek en beleving als bewegingsmotivatie en inspiratie.

InterACTIEF voorlezen is ontstaan vanuit mijn jarenlange ervaring als vakdocent en mijn vrijwilligerswerk bij de VoorleesExpress Amersfoort.”

Jan-Paul de Beer

Chief Springlab